Hebt u een vraag? Kijk dan eerst in onderstaand overzicht voor het mogelijke antwoord. Komt u er niet uit, neem dan gerust contact met onze Klantenservice op.
Met de levensloopregeling kunt u een deel van uw brutosalaris sparen om in de toekomst een periode van onbetaald verlof te financieren.
De levensloopregeling kan worden gebruikt voor elke vorm van verlof, zoals:
Van uw brutoloon wordt een bedrag ingehouden. Met dit bedrag bouwt u levenslooptegoed op. In overleg met uw werkgever kunt u ook gespaarde tijd, bijvoorbeeld bovenwettelijke vakantiedagen, overwerkuren of adv-dagen, laten omzetten in levenslooptegoed. Uw werkgever kan een financiële bijdrage leveren aan uw levensloopregeling, maar dit is niet verplicht.
Alle werknemers die in Nederland werken kunnen gebruikmaken van de levensloopregeling. Zelfstandigen kunnen ook aan de levensloopregeling meedoen, mits er sprake is van een besloten vennootschap (B.V.). Het wettelijke recht voor werknemers om deel te nemen aan de levensloopregeling is opgenomen in de Wet arbeid en zorg.
In overleg met de werkgever mag u de levensloopregeling zo vaak voor onbetaald verlof gebruiken als u wilt. Het tegoed kan immers steeds weer worden bijgevuld na gebruik.
Per jaar kunt u maximaal 12 procent sparen van het brutoloon dat u in dat jaar verdient. In totaal mag u sparen tot maximaal 210% van uw bruto jaarloon. Als het tegoed is gebruikt, kan er weer opnieuw worden gespaard tot het maximum. Wilt u tegoed opnemen? Het opgenomen bedrag mag niet meer zijn dan het maandloon dat u direct voorafgaand aan de verlofperiode ontving. U moet daarbij ook rekening houden met een eventuele loondoorbetaling door de werkgever.
Voorbeeld: Pieter verdiende in juli €1000. Hij mag in augustus niet meer dan €1000 aan spaartegoed opnemen voor de financiering van één maand onbetaald verlof. Krijgt Pieter tijdens het verlof al €500 van zijn werkgever, dan mag hij nog maar €500 uit zijn levenslooptegoed halen.
De beheerder van uw levenslooptegoed maakt uw tegoed bij opname (periodiek) over naar uw werkgever. Uw werkgever houdt loonheffing in, zoals loonbelasting, premie volksverzekeringen en een inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet. Na aftrek van de loonheffing maakt hij het resterende tegoed (periodiek) aan u over. Daarna kunt u het bedrag gebruiken om een periode van onbetaald verlof financieel te overbruggen.
Wij zullen uw levenslooptegoed via uw werkgever uitbetalen aan uw erfgenamen. Uw werkgever is verplicht loonbelasting in te houden. Uw nabestaanden dienen zelf successierechten te betalen aan de Belastingdienst. Er is dan geen recht op de levensloopkorting.
U kunt inleggen vanuit uw brutosalaris, vakantiegeld, decembergeld, een bonusuitkering of uw overwerk.
U kunt ook uw vakantiedagen, ADV of WTV laten omzetten in geld.
Dit geld mag u bij uw levenslooptegoed laten onderbrengen.
Overleg met uw werkgever voor toestemming.
U hebt geen wettelijk recht op het opnemen van het verlof wanneer u wilt. Dat kan alleen met toestemming van uw werkgever. Dat geldt niet voor verlofvormen waar u volgens de wet recht op heeft, zoals het ouderschapsverlof en langdurend zorgverlof.
Tot 1-1-2009 moest u
voor het recht op ouderschapsverlofkorting storten in een
levensloopregeling. Deze voorwaarde is vanaf 1 januari 2009 niet
meer van toepassing.
Voor meer informatie kunt u terecht bij de belastingdienst.
U mag uw levenslooptegoed gebruiken om eerder
te
stoppen met werken.
U doet dat door uw verlofperiode, die u met levenslooptegoed heeft opgebouwd, te laten aansluiten op het begin van uw pensioenperiode.
Werknemers die geboren zijn van 1950
t/m 1954, kunnen versneld het maximale tegoed bij elkaar sparen.
Zij mogen per jaar meer sparen dan 12% van hun brutojaarloon tot een maximum van 210% van het bruto jaarsalaris.
Hebt u uw levenslooptegoed niet opgenomen als u met pensioen gaat, dan krijgt u het opgebouwde tegoed op de dag voordat uw pensioen ingaat in één keer uitgekeerd. Er moet in één keer belasting over het levenslooptegoed worden betaald, als loon uit een vroegere dienstbetrekking. U kunt uw tegoed ook storten in uw pensioen. Voorwaarde hiervoor is wel dat uw pensioenregeling dit toestaat en u voldoende fiscale ruimte heeft. Voor meer informatie hierover kunt u terecht bij uw pensioenfonds en werkgever.
Bent u geboren van 1950 t/m 1954, dan valt u onder de overgangsregeling.
Voor u vervalt de voorwaarde dat binnen de levensloopregeling per jaar niet meer dan 12% van het brutoloon van dat jaar mag worden gespaard.
U mag dus meer sparen. Zo kunt u het toegestane maximale bedrag in een kortere periode bij elkaar sparen.
Dat maximale bedrag is op 210% van het laatstverdiende brutoloon.
Daarmee kunt u bijvoorbeeld drie jaar verlof financieren tegen 70% van het laatstverdiende loon.
>> Hoe zit het met werknemers
geboren vóór 1950?
Bent u geboren vóór
1950, dan behoudt u de fiscale voordelen bij het sparen voor prepensioen.
Ook VUT-uitkeringen blijven voor u onder het huidige fiscale regime vallen.
Als u dat wilt kunt u ook deelnemen aan de reguliere levensloopregeling.
Het kan echter ook zijn dat uw werkgever u geen VUT- of prepensioenregeling biedt.
Het bieden van deze regelingen is geen verplichting voor werkgevers, maar onderdeel van uw arbeidsvoorwaarden.
Als u geen VUT- of prepensioenregeling heeft, kunt u
wel meedoen met de levensloopregeling en het reguliere percentage van 12% van het bruto jaarsalaris opbouwen.
Dit is afhankelijk van uw pensioenfonds en uw CAO. Voor deze vraag moeten wij u verwijzen naar uw pensioenfonds.
Nee. De pensioenopbouw gaat over het bruto salaris dat door uw werkgever is vastgesteld. Dit is inclusief uw bijdrage aan uw levensloopregeling.
Bij een werkloosheids- of arbeidsongeschiktheidsuitkering kan het UWV dit niet eisen.
De bijstandsuitkering valt niet onder het UWV, maar is het terrein van de gemeente.
De bijstand kent een vermogenstoets, maar bij de behandeling van de levensloopregeling in de Tweede Kamer is een amendement aangenomen waarin staat dat levenslooptegoed niet meetelt bij het bepalen van het recht op een bijstandsuitkering.
Zelfstandig ondernemers kunnen hun eigen pensioenspaarpot echter niet veiligstellen als ze een beroep moeten doen op de bijstand.
U mag per jaar maximaal 12% van uw brutoloon belastingvrij sparen. Over de inleg in de levensloopregeling wordt geen loonbelasting geheven. De loonbelasting en inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet hoeven pas te worden betaald als de gespaarde tegoeden worden opgenomen. Dat heet de omkeerregel. Over de inleg op de levensloopregeling worden wel premies werknemersverzekeringen ingehouden.
Het sparen in de levensloopregeling heeft daardoor geen effect op de hoogte van een eventuele toekomstige uitkering op grond van de werknemersverzekeringen, zoals WW en WAO. Bij de berekening van de hoogte van de uitkering wordt namelijk gekeken naar het loon inclusief de inleg in de levensloopregeling.
Per jaar dat u geld inlegt in de levensloopregeling, heeft u recht op een korting van maximaal €195 (2009) op de te betalen inkomstenbelasting. Deze korting krijgt u bij opname van het tegoed voor de financiering van onbetaald verlof. U kunt nooit meer korting krijgen dan u aan belasting moet betalen.
Als u zelf niet voldoende inkomen heeft om van deze levensloopverlofkorting gebruik te maken, kunt u deze toch nog via uw aangifte inkomstenbelasting te gelde maken als u een partner heeft die voldoende belasting en premie betaalt.
De spaarloonregeling blijft in de huidige vorm bestaan. Ieder jaar dient u vóór 1 januari te kiezen voor spaarloon of levensloop. U kunt niet gelijktijdig in beide regelingen geld inleggen. Wel kunt u in één kalenderjaar uit beide regelingen geld opnemen.
De regelingen hebben een verschillend karakter. Bij de spaarloonregeling spaart u een relatief klein bedrag en niet voor een bepaald doel. U kunt het geld wel overal voor gebruiken, maar het staat 4 jaar vast. Het tegoed van de levensloopregeling mag alleen worden gebruikt om verlof te financieren. Maar u mag in de levensloopregeling méér geld sparen dan bij de spaarloonregeling.
Omdat uw situatie en uw persoonlijke voorkeur kunnen veranderen, mag u jaarlijks van regeling wisselen.
>>
Wanneer moet ik kiezen tussen levensloop en spaarloon?
Ieder jaar dient u vóór
1 januari te kiezen voor spaarloon of levensloop. Omdat uw situatie en persoonlijke voorkeur kunnen veranderen, mag u jaarlijks van regeling wisselen.
De verlofspaarregeling gaat op in de nieuwe levensloopregeling. De bestaande tegoeden op de verlofspaarregeling worden aangemerkt als gespaarde levenslooptegoeden. Vanaf 1 januari 2006, de ingangsdatum van de levensloopregeling, kan niet meer in de oude verlofspaarregeling worden gespaard, alleen nog in de levensloopregeling.
>>
Waarom wordt de aparte verlofspaarregeling afgeschaft?
De bestaande verlofspaarregeling bleek in de praktijk een aantal nadelen te hebben.
Daardoor maakten er minder mensen gebruik van dan de bedoeling was.
Zo bood niet elke werkgever een verlofspaarregeling aan. Daarnaast kon het tegoed op de verlofspaarregeling niet altijd worden meegenomen naar een volgende werkgever. Om deze reden is ook de mogelijkheid om tijd te sparen, in plaats van geld, in de levensloopregeling afgeschaft. Ander nadeel was dat de werknemer niet vrij was om te bepalen welke financiële instelling het spaargeld beheerde. Dat bepaalde de werkgever. De levensloopregeling kent deze nadelen niet en is bovendien uitgebreider.
Ja, u kunt uw levenslooptegoed gewoon meenemen. Als u een andere baan heeft kunt u uw tegoed door laten lopen bij LevensloopPlus. Uw nieuwe werkgever dient zich dan wel bij LevensloopPlus aan te melden.
Met de levensloopregeling kunt u alleen met levensloopverlof als u een arbeidsovereenkomst hebt. Tussen twee banen door kunt u dus niet met verlof. U kunt wel bij het verlaten van uw baan het tegoed van de levenslooprekening opnemen. Het tegoed wordt dan in één keer uitgekeerd, waarbij u ook in één keer loonbelasting over het totale bedrag moet betalen. U hebt dan geen recht op de levensloopverlofkorting.
U hebt dan vier mogelijkheden: